‘Begrijpen is de afwezigheid van de eis om het te willen begrijpen.’

U.G. Krishnamurti

‘Begrijpen is de afwezigheid van de eis om het te willen begrijpen.’ U.G. Krishnamurti (1918-2007), niet te verwarren met Jiddu Krishnamurti, werd in Zuid–India geboren. Zijn moeder stierf zeven dagen na zijn geboorte en hij werd opgevoed door zijn grootvader, een welgestelde advocaat van brahmaanse afkomst.

De spirituele zoektocht van U.G. begon al in zijn vroege tienerjaren. Hij verbleef zeven zomers in de Himalaya bij Swami Sivananda en in zijn twintiger jaren studeerde hij psychologie, filosofie, mystiek en westerse wetenschappen aan de universiteit van Madras. Hij maakte niets af omdat hij constateerde dat de antwoorden van het Westen op wat hij toen essentiële vragen vond, niet beter waren dan die van het Oosten.

In 1939 verbleef hij de grote advaita-leraar Ramana Maharshi, maar ging al snel weer zijn eigen weg en kwam toen in contact met de andere Krishnamurti, Jiddu. De twee voerden intensieve gesprekken, maar uiteindelijk verbrak U.G. het contact omdat Jiddu hem niet de antwoorden kon geven waar hij naar zocht.

Hij vertrok naar Londen, waar hij in 1961 het huwelijk met zijn vrouw verbrak. Van zijn laatste geld reisde hij naar Parijs en vervolgens door naar Zwitserland. Hier leerde hij Valentine de Kerven kennen, die hem onderdak aanbood. In Zwitserland woonde hij toch weer een lezing bij van Jiddu Krishnamurti bij en de wijze waarop hij de toestand van een ‘verlichte’ geest beschreef, deed U.G. realiseren dat dit precies de staat was waarin hijzelf ook verkeerde. U.G.: ‘Toen liep ik de tent uit en heb nooit meer omgekeken.’

Hij vroeg zich vervolgens af hoe hij kon weten dat hij in deze staat verkeerde, en realiseerde zich plotseling dat er op die vraag geen antwoord mogelijk was. Hierop volgde ‘een plotselinge explosie, een ontploffing zo gezegd, in iedere cel, iedere zenuw en ieder orgaan in mijn lichaam. Ik noem deze ervaring “de ramp”. Niet voor mij, maar voor degenen die denken dat er iets prachtigs zal gebeuren.’

Vanaf dat moment deelde U.G. zijn leven in twee periodes: voor en na de ramp. Erna functioneerde hij voortdurend in wat hij noemde ‘de natuurlijke staat’. Een staat van spontane, puur fysieke, zintuiglijke ervaringen, gekenmerkt door de discontinuïteit van het denken – dat overigens wel aanwezig blijft. Toen hij eenmaal in de natuurlijke staat verbleef, was hij alle aangeleerde kennis en al zijn herinneringen kwijt en moest hij alles opnieuw aanleren, alsof ‘het bord helemaal was schoongeveegd.’

Op 22 maart 2007 maakte U.G. Krishnamurti een val waarbij hij zich zodanig verwondde dat hij naar het ziekenhuis moest. Daar verbleef hij zeven weken voor hij stierf. Tijdens die weken werden zijn laatste woorden, ‘mijn zwanenzang’, opgetekend.

VAN DEZE AUTEUR

© Copyright - Uitgeverij Samsara