1
Londen, oktober 2002

Ik waarschuw jullie maar liever meteen dat ik geen verlicht persoon ben en dat er geen enkele persoon in deze ruimte is die ooit verlicht zal worden. Er bestaat niet zoiets als een verlicht persoon. Het is een contradictio in terminis.
En ik vertel jullie ook maar meteen dat hier geen sprake is van onderricht. Er wordt hier niets onderwezen, want hier is niemand die iets hoeft te leren en hier is niemand om iets te onderwijzen. 
Het enige dat hier werkelijk gebeurt, is dat we als vrienden samen zijn om ons iets te herinneren. Dit gaat er alleen maar over dat we ons iets herinneren waarvan we misschien het gevoel hebben dat we het zijn kwijtgeraakt. Sommige mensen hier weten het weer – ook zijn hier nogal wat mensen die een glimp hebben opgevangen van wat ze dachten te zijn verloren. 
Wat verloren is, is de kinderlijke verwondering over ‘dit’. Het is absoluut uiterst eenvoudig – het ene waar we meer naar verlangen dan naar wat ook, is in feite uiterst eenvoudig en onmiddellijk beschikbaar. En vreemd genoeg heeft dat waar we naar verlangen en waarvan we denken dat we het verloren zijn, ons nooit verlaten. 

Eenvoudiger gezegd: wanneer we nog heel jong zijn, is er gewoon ‘zijn’, zonder kennis van dat ‘zijn’; er is gewoon ‘zijn’. En dan komt er iemand langs die zegt: ‘Jij bent Jantje’, of ‘Jij bent Marietje – jij bent een persoon’. En op de een of andere manier neemt het denken – de ik-gedachte, de identiteit, het idee ‘ik ben een persoon’ – het ‘zijn’ over en identificeert het als Jan of Marietje, of zoiets. Het neemt ‘zijn’ over en geeft het een naam. Woorden beginnen, het benoemen der dingen begint. En het hele idee van ‘ik’ wordt de belangrijkste drijfveer van ons bestaan.
In de wereld waarin wij leven gaat alles over ‘mij’ – het gaat allemaal over ‘de persoon’; is hij of zij geslaagd of mislukt? We groeien op met geloven in en versterken van het idee dat er iemand is die een x aantal jaren leeft. We zijn op reis, we noemen die reis ‘mijn leven’ en wat we moeten doen – zo wordt ons aangepraat, is zorgen dat we een geslaagd leven leiden. Je hele investering is gericht op ‘ik ben een persoon en ik moet ervoor zorgen dat mijn leven goed verloopt.’ 
En zo word je geprogrammeerd met regeltjes. De eerste regel op de lijst betreft ‘een goed kind zijn’; daarop volgt ‘een goede leerling zijn’… En dan is er een lijst met vereisten op het gebied van werk; je moet ‘een goede werker’ zijn, meestal gevolgd door ‘een goede echtgenoot, vrouw of partner’. Sommige mensen wenden zich tot een geloof om erachter te komen wat er in hun leven ontbreekt, en opnieuw worden ze geconfronteerd met een lijst vereisten waaraan ze moeten voldoen voordat ze waardevol of acceptabel zijn.
Er zijn net zoveel ideeën over een geslaagd leven als er ogenschijnlijk mensen zijn in de wereld. Bovendien zijn er veel subtiele niveaus van persoonlijke verworvenheden – sommige schijnbaar negatief. Er zijn mensen voor wie slachtofferschap een groot succes lijkt te zijn! 
We spelen het spel omdat we werkelijk denken dat we individuen zijn. Je beweert: ‘Ik ben een persoon’. Je pretendeert die persoon te zijn en je neemt dat zo serieus dat je vergeet dat je maar doet alsof – alles staat in dienst van die bewering. Heel veel mensen leven hun hele leven zo, en dat is goed, dat is goddelijk, dat is het goddelijke spel.
Voor sommige mensen ontbreekt er nog steeds iets na het doorlopen van al die lijsten. Ze denken: misschien kan ik het vinden door therapie te doen – misschien kan een therapeut mij vertellen wat er mis is, wat er ontbreekt. En zo krijgen ze weer een lijst. En weer is er die drang om iets te wórden.
Maar om de een of andere reden lijkt het wel of de punten op de lijst – godsdienst, therapie, wat dan ook – geen oplossing bieden. Dan horen mensen over iets wat verlichting genoemd wordt en hebben ze het gevoel het laatste stukje van de puzzel in handen te hebben. En dus gaan ze op weg, vinden iemand die zich voordoet als goeroe en doen zij alsof ze discipelen zijn. En zo bouwen ze over en weer elkaars identiteit op. De meester die jou zal leren hoe je verlicht moet worden, wordt steeds belangrijker en jij voelt je in toenemende mate belangrijk worden omdat jouw meester telkens belangrijker wordt.
Natuurlijk is ook dat weer een prachtig spel van ‘doen alsof’. En natuurlijk hoort er een lijst bij dat scenario – meditatie, heel eerlijk zijn of verlichting zo serieus nemen dat je in een afgrond zou kunnen springen… Een van de punten op de lijst is ‘hier-nu-zijn’ – hier-nu-zijn en niet denken. Je kunt er boeken over lezen en de jongens die je dat vertellen bezoeken… En je kunt echt een uurtje of drie, vier, hier-nu-zijn en wie weet twintig seconden lang niet denken!