‘De Grote Weg is niet ingewikkeld
voor degenen die geen voorkeur hebben.
Zolang liefde en haat niet oprijzen,
is alles helder en onverhuld.
Maar wijk je een haarbreedte af,
dan ben je er net zo ver van verwijderd als de hemel van de aarde.’

Sengtsan

Sengtsan, in Japan bekend onder de naam Sosan, was de derde zenpatriarch in China. Zijn geboortedatum weten we niet, maar waarschijnlijk stierf hij rond 606. Als patriarch was hij de opvolger van Hui-ko en de leraar van Tao-hsin.

Over zijn leven is verder niet veel bekend, maar over zijn ontmoeting met Hui-ko doen veel legendes de ronde. Volgens een van deze legendes leed Sengtsan aan lepra toen hij de tweede patriarch ontmoette. Er wordt gezegd dat Hui-ko hem aansprak met de woorden: ‘Je bent melaats, wat wil je van me?’, waarop Sengtsan geantwoord zou hebben: ‘Mijn lichaam is dan wel ziek, maar de geest van een ziek iemand is niet verschillend van uw geest.’

Dit antwoord overtuigde Hui-ko van de spirituele mogelijkheden van Sengtsan. Hij nam hem aan als zijn leerling en benoemde hem later tot zijn opvolger.
Tijdens de vervolging van de boeddhisten in 574 in China moest Sengtsan een geestesziekte veinzen om aan executie te ontkomen. Hij wist te ontsnappen en verborg zich tien jaar op de berg Huan-kung. Er wordt gezegd dat de wilde tijgers door zijn aanwezigheid rustig werden en de dorpelingen uit de omgeving geen last meer bezorgden.

VAN DEZE AUTEUR

© Copyright - Uitgeverij Samsara