ISBN: 978-94-77228-56-2
NUR: 728
Prijs: € 23,90
Uitvoering: hardcover
Formaat: 135 x 175 mm
Omvang: 134 pagina’s
Nuchter, in schoongewassen taal en met milde humor, laat Zen Tijd de hersenspinsels die ons voortdurend in de weg zitten, verdampen als mistflarden in de zon. Niets houdt ons tegen op de weg naar rust, creativiteit en vakmanschap.
Maar als niets ons tegenhoudt, wat houdt ons dan nog tegen?
De ondertitel bij dit boekje luidt: ‘voor saxofonisten, jazz cats, tennissers, golfers, kunstenaars, voetballers, honderdmeterlopers, tobbers, fietsenmakers, slapelozen en andere koekenbakkers.’
Zen Tijd is inderdaad een vrolijk boekje, voor een breed, gemeleerd publiek. Het poëtisch-proza van jazz-saxofonist en romanschrijver Rob Rigter getuigt van veel levenservaring en een doorleefd inzicht. Hij herleidt zen-boeddhistische begrippen tot het alledaagse zonder ze te verlagen en verheft het alledaagse tot zen zonder pretentieus te worden.
Een boekje om steeds weer te herlezen.
‘Als een solo van Miles Davis: compacte frases, lange denkpauzes.’
Het Parool
Uit het boek:
Zen
Wat Zen is?
Zen is een woord.
Een woord is een teken voor iets.
Maar als we in de wereld gaan zoeken naar de betekenis van Zen, vinden we niets.
Hoor je stilte?
Als er geluid is, nee.
Als er geen geluid is, ook niet.
Stilte is als tijd.
Tijd kun je niet zien en niet horen.
Stilte is als Zen.
Zonder stilte geen muziek.
Zen is eigenlijk niets.
Maar je gaat er beter muziek van maken, tennissen, golfen, koeken bakken, slapen.
Minder van tobben.
Beter van boogschieten.
Zie Zen als een onzichtbare bloem langs de weg.
Loop er voorbij.
Of ruik eraan.
Gegroeid uit regen, zon en de stront van een ezel die ook langs die weg kwam.
Zaad uit India, gemuteerd in China en Japan en uitgezweefd over de wereld.
Ik heb er thee van gezet.
Te slap, te sterk of te bitter wijst naar de zetter van de thee.
Als de thee net goed is, is de zetter afwezig.
De ware tennisser wint door zelf afwezig te zijn.
De muzikant die met een stevige ‘hoor-mij-eens’ factor zijn best staat te doen, heeft nog een lange weg te gaan.
Het ging toch om de muziek?
Ga je beter slapen, denken, tennissen, muziek maken of koeken bakken door daar je best op te doen?
Als je je best doet om te slapen, blijf je zeker wakker.
Denk als je wilt denken, zelfs als je in bed ligt.
Het kan zijn dat dat een mooie plaats is om te denken.
Als je je best doet om goed na te denken, denk je niet goed na.
Zolang je je best doet, is je aandacht afgeleid.
Als je je best doet om niet te denken, denk je.
Als je je best doet op het scoren van een matchpoint, lukt het vaak niet.
Als je je best doet op de solo die je improviseert, wordt het niet veel, of je gaat de fout in.
Zen is een vorm van niet je best doen.
Je best doen om te denken, is geen Zen.
Je best doen om niet te denken, is geen Zen.
Je best doen om niet je best te doen, is ook geen Zen.
Soms is denken Zen.
Vaker is Zen niet denken.
Val in slaap.
Denk.
Scoor.
Speel je solo.
Repareer je fiets.
Bak je koek.
Allemaal zonder naar jezelf te kijken.
Laat je niet afleiden door je ‘ego’.
Recensie
InZicht
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
Zen tijd werd door Bob Rigter geschreven toen hij zich, zoals hij in het nawoord schrijft, even uit de gewone wereld had teruggetrokken. “In een strandhuisje in Noordwijk keek ik naar de zee, overdacht The Way of Zen en de wereld om mij heen”. Die overdenkingen op basis van Alan Watts’ klassieke boek waren in eerste instantie niet voor publicatie bedoeld, maar blijken zich daar wel uitstekend voor te lenen.
In heldere en nuchtere taal en verdeeld over korte hoofdstukjes, laat Rigter (1934) tal van onderwerpen de revue passeren. Maar of het nu over muziek en de taal van de improvisatie gaat (de auteur is behalve schrijver en taalkundige ook jazzsaxofonist), of over Zen, meditatie en de illusie van de dood, overal klinkt de levensvisie in door van iemand die steeds meer in zijn rust is gevallen en de wereld en zichzelf met een beschouwende blik en milde humor benadert. Dat levert prachtige one-liners en gezichtspunten op, waarvan je gelijk al weet dat je ze met één keer lezen tekort doet. Zo schrijft hij in het hoofdstukje ‘Ego’: “Luister. Breng het geluidslandschap in kaart. Wacht tot je ook de kleinste geluiden hoort. Wind. Gras. Een insect. Ver weg een auto. Hoog een vliegtuig. Een fietser. Door luisteren ontstaat een ruimte in je. Er is geen onderscheid meer tussen de ruimte in je en de ruimte buiten je. Het is dezelfde ruimte.” Als je zo ‘breed’ bent, vervagen vanzelf de grenzen van je ik: “Leven doe je niet zelf. Er wordt in je geleefd. Beslissen doe je niet zelf. Voordat je beslist, is er al in je beslist. Verliefd worden doe je ook niet zelf.”
Zen is voor Rigter meer dan een inspiratiebron. Zen verwoordt voor hem een levensinstelling die hem volkomen eigen is. Jazz spelen vereist zo’n instelling, want improviseren binnen een muzikale setting kan alleen als je weet dat je ogenschijnlijk ergens heen gaat, maar in feite altijd in het Nu blijft. Het gaat niet om waar je heen gaat, want waar je heen gaat is niet Nu. Als je de muziek de ruimte weet te bieden die ze nodig heeft om te kunnen ontstaan, als je als persoon opzij stapt, drukt het Nu zich ongehinderd uit in en als je echte Zelf. Het geluid krijgt vleugels, de luisteraar wordt opgetild en deelachtig van dat Zelf, dat ook zijn/haar Zelf is.
Breed zijn is in het Nu leven, en weten dat er niets anders mogelijk is. Rigter weet in een paar korte zinnen en aan de hand van een concreet voorbeeld aan te geven wat dat betekent. “Een mooie schaal is kapot gevallen. Hoe je ook denkt, de schaal komt niet meer terug. Koester je herinnering aan de schaal en kwel jezelf niet. Er is geen terug. Verzet tegen gebeurtenissen in het verleden maakt je moe en ongelukkig. Het is Nu.Er is geen schaal.”
Zen tijd is een boek vol wijsheid, verpakt in luchtigheid. De zorgvuldigheid waarmee dat gedaan is, is mischien niet direct merkbaar, maar het feit dat ieder woord, iedere komma en vooral ook iedere lege ruimte binnen de tekst zeer weloverwogen is aangebracht, maakt dat de inhoud lange tijd blijft nagalmen, als de laatste noot in een nummer van Chet Baker of Miles Davis. En voor je het weet zet je deze Zenplaat van Bob Rigter nog eens op. Omdat hij zo mooi is, en zo diep gaat.
Han van den Boogaard, Tijdschrift InZicht


