Onherleidbaar
Bewustzijn, kwantumfysica en de grens van kunstmatige intelligentie
De revolutionaire visie van Federico Faggin op bewustzijn en de aard van de werkelijkheid
In Onherleidbaar neemt Federico Faggin je mee op een fascinerende reis die wetenschap, filosofie en spiritualiteit verbindt. Na een baanbrekende carrière in de technologie kreeg hij een diepe, persoonlijke ervaring die zijn kijk op de werkelijkheid radicaal veranderde. Hij ontdekte dat bewustzijn niet gereduceerd kan worden tot materie en dat het universum doordrongen is van een levend, dynamisch bewustzijn.
Met scherpe inzichten en overtuigende argumenten daagt Faggin de gangbare wetenschappelijke opvattingen uit en introduceert hij een nieuw paradigma waarin bewustzijn de sleutel vormt tot het begrijpen van de realiteit.
“Dit boek is een ware filosofische schat en, in sommige opzichten, een hoogtepunt van het westerse denken; een absolute must om te lezen.”
– Bernardo Kastrup
Een esoterische verhandeling over kwantumbewustzijn. De auteur stelt dat bewustzijn niet voortkomt uit de hersenen of andere materie, maar een fundamentele, levende bouwsteen van het universum is. Hij daagt hiermee bestaande opvattingen uit en introduceert een nieuw paradigma, gebaseerd op concepten uit de kwantumwetenschap, waarin bewustzijn centraal staat in het begrijpen van de realiteit. Op persoonlijke toon en filosoferend geschreven. Voor een brede tot geoefende lezersgroep.
mei 2019
NDB Biblion publiceert aanschafinformaties (korte besprekingen) over recent verschenen boeken.
Deze spelen een belangrijke rol bij de selectie in de Nederlandse openbare bibliotheken.
‘Levend in deze tijd, met de opkomst van AI, merk ik dat ik mij steeds vaker afvraag: waar gaat dit heen? Waarom kan AI ‘bewust’ lijken? Wat voor intelligentie schuilt daarachter? Met die vragen begon ik aan het boek Onherleidbaar van Federico Faggin. Faggin is een Italiaanse (later Amerikaans genaturaliseerd) natuurkundige, ingenieur en uitvinder die een pioniersrol heeft gespeeld in de ontwikkeling van moderne computers. Hij ontwikkelde technologie die chips sneller en kleiner maakte. Als je zijn boek leest en de reikwijdte van zijn onderzoek ziet, samen met de scherpte van zijn denken, wordt duidelijk dat hij een uitzonderlijk diep inzicht heeft in informatieverwerking.
Laat ik eerlijk zijn: op sommige momenten raakte hij mij kwijt. Met name zijn analytische beschrijvingen rondom kwantumfysica, vond ik lastig volledig te doorgronden. Maar zijn werk raakt aan vragen die mij al langer bezighouden. Tijdens mijn studie psychologie leerde ik hoe het oog licht opvangt en hoe de hersenen dit verwerken tot een beeld. Maar er bleef iets knagen: dit verklaart hoe we zien, niet hoe het voelt om te zien. Hoe voelt rood en is jouw rood wel hetzelfde als het mijne? Ervaren wij dezelfde werkelijkheid en hoe weten wij wat ‘waar’ is? Precies daar richt Faggin zich op. Die innerlijke dimensie, qualia, is volgens hem niet te reduceren tot informatie of algoritme, en markeert een fundamentele grens van de wetenschap. Veel hedendaagse denkers gaan ervan uit dat bewustzijn vanzelf ontstaat zodra systemen maar complex genoeg worden. Sommigen spreken zelfs van een technologische singulariteit: het punt waarop AI de mens niet alleen evenaart, maar voorbijstreeft. Volgens Faggin berust die verwachting op een fundamentele verwarring. Wat hier wordt opgeschaald, is informatieverwerking, geen ervaring. Een systeem kan steeds sneller, complexer en ‘slimmer’ lijken, zonder ooit iets te ervaren. Daar verschuift de vraag fundamenteel: niet wanneer wordt AI bewust, maar kan iets dat uitsluitend informatie verwerkt überhaupt bewust worden? Machines zoals ChatGPT manipuleren symbolen en regels, maar hebben geen innerlijk perspectief. Hier maakt Faggin een scherp onderscheid tussen simulatie en bewustzijn.
Zijn conclusie is helder en voor aanhangers van het materialisme ongemakkelijk: bewustzijn is geen product van materie, maar volgens hem juist het fundament ervan. Hij onderbouwt dit onder andere met inzichten uit de kwantumfysica, waaruit blijkt dat de werkelijkheid op fundamenteel niveau niet volledig objectief te beschrijven is, verandert bij meting en niet kopieerbaar is. Juist dat laatste, het niet kopieerbare, gaf mij een onverwacht gevoel van rust. Wat ik uit dit boek meeneem, is dat Faggin wijst op een ontbrekend puzzelstuk in het wetenschappelijke wereldbeeld. Voor mij is dat de plek waar, in spirituele taal, de ‘Godsvonk’ binnenkomt en fundament is. De bron van het mens-zijn van binnenuit. AI lijkt volgens mij bewust, omdat het als spiegel kan dienen waarin wij onszelf herkennen. Op het niveau van informatie gaat het de mens in sommige opzichten voorbijstreven. Maar de intelligentie die erachter schuilgaat, is een intelligentie zonder ervaring. Kennis zonder weten. En met wat ik wel heb begrepen uit dit boek over de kwantumfysica, voelt het voor mij juist belangrijk dat wij als mensheid onszelf niet gaan reduceren tot een machine.
Mijn conclusie na het lezen van dit boek: AI leert ons vooral wat wij NIET zijn. Misschien wijst het ons daarmee juist terug naar het Ene, naar datgene wat niet te vangen is in algoritme, informatie of materie. En Faggin opent hierin voor mijn gevoel een belangrijke ruimte die hopelijk ontvangen en erkend wordt in de wetenschappelijke wereld. (PE)’
Recensie in Paravisie Magazine – juni 2026
Herman Hümmels voor Civis Mundi, Tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur
Bespreking van Federico Faggin, Onherleidbaar. Bewustzijn, kwantumfysica en de grens van kunstmatige intelligentie. Uitgeverij Samsara, 2025
Frederico Faggin is een genaturaliseerde Amerikaanse natuurkundige van Italiaanse afkomst. Hij verrichtte pionierswerk op het gebied van de halfgeleidertechnologie en was de uitvinder van de eerste microprocessor-op-één-chip, de centrale verwerkingseenheid ‘Intel 4004’, een vierbits-processor (1971). Dit was de voorloper van de 8080 en de Z80. Uit deze chip-familie werden de personal computers ontwikkeld. De Z80 werd ontwikkeld in het door Faggin opgerichte bedrijf ‘Zilog’. Tijdens zijn studie neuro-wetenschappen vroeg hij zich af of het mogelijk zou zijn een computer te bouwen die bewust zou zijn.
Openbaring
Faggin had in 1990 een, wat hij noemt, een ervaring van ontwaken. “Ik ging terug naar bed en terwijl ik wachtte tot ik weer sliep, voelde ik plotseling een krachtige energie uit mijn borst opborrelen zoals ik nog nooit had ervaren en zelfs niet voor mogelijk hield. Deze levende energie was liefde, maar zo intens en zo ongelooflijk bevredigend dat het elk ander idee overtrof dat ik tot dan toe over liefde had. Nog verrassender was het feit dat ik zelf de bron van deze liefde was. […] Toen explodeerde dat licht plotseling. Het vulde de kamer. […] Dit was wat het universum uit zichzelf schiep. […] Wat deze ervaring verbazingwekkend maakte, was dit onmogelijke perspectief: ik was zowel degene die ervoer als de ervaring zelf. Ik was tegelijkertijd waarnemer van de wereld én de wereld. Ik was de wereld die zichzelf observeerde.” (p25) Dit was het begin van zijn persoonlijke zoektocht naar de aard van zijn bewustzijn. Bewustzijn, vrije wil en creativiteit werden voor hem de onherleidbare eigenschappen van de natuur.
Onherleidbaar
“De fysicalistische en reductionistische premissen zijn perfect om de mechanische en symbolisch-informationele aspecten van de werkelijkheid te beschrijven, maar ze zijn ontoereikend om de semantische aspecten ervan te verklaren.” (p30)
Semantiek onderzoekt betekenis, referentie en de waarheidsvoorwaarden van uitspraken. Een uitspraak is onherleidbaar wanneer zij niet logisch afleidbaar is uit andere proposities of niet verder analyseerbaar is in meer fundamentele begrippen.
Het boek begint met een beschrijving van de aard van de fysieke werkelijkheid. Na het weergeven van de kern van de klassieke natuurkunde gaat Faggin over op de kwantummechanica. “De afgelopen twintig jaar hebben we begrepen dat alles bestaat uit kwantuminformatie.” (p35)
Een relevant verschijnsel is de kwantumverstrengeling, waarbij twee deeltjes gecorreleerd gedrag vertonen, onafhankelijk van de afstand tussen hen. Dit is volgens de wetten van de klassieke natuurkunde onmogelijk en houdt in dat dit model niet klopt; dit vraagt om een nieuw inzicht in wat de werkelijkheid nu precies is.
Natuurkundigen ontwikkelden de kwantumveldentheorie (QFT) om elementaire deeltjes en hun interacties als toestanden van onderliggende kwantumvelden te beschrijven. Volgens Faggin kunnen deze elementaire deeltjes, als manifestaties van kwantumvelden, deel uitmaken van hiërarchische structuren van informatie. “Het kwantumveld van een elektron kan niet bestaan zonder het Geheel van waaruit kwantumvelden zijn voortgekomen. Het elektron is een manifestatie, een zichtbare objectieve staat, […] een kwantumtoestand.” (p157) In deze hiërarchieën kunnen combinaties van toestanden van kwantumvelden uiteindelijk de complexiteit van waarneming en bewustzijn inzichtelijk maken. De deeltjes zijn waarschijnlijkheidsgolven.
Monisme en panpsychisme
Monisme is een filosofisch standpunt dat stelt dat alles in de werkelijkheid uiteindelijk uit één fundamentele soort “substantie” bestaat. Het is het tegenovergestelde van dualisme, waarbij twee fundamentele soorten bestaan – bijvoorbeeld geest en materie.
Panpsychisme is een filosofische theorie die stelt dat bewustzijn of mentale eigenschappen fundamenteel aanwezig zijn in alle materie. Met andere woorden: alles, van elementaire deeltjes tot complexe organismen, heeft in zekere zin een vorm van ervaring of innerlijk perspectief. Panpsychisme kan worden gezien als een soort monisme.
Faggins opvattingen zijn onder andere gebaseerd op deze uitgangspunten (aannames).
“Ik denk dat het universum in zijn essentie de zaden van zowel geest als materie moet bevatten.” (p66)
Weten en kennen
Faggin maakt onderscheid tussen weten en kennen. Weten is symbolische informatieverwerking, onbewust en mechanisch (syntactisch). Het is informatie die bestaat uit betekenisloze symbolen. Ontologisch is ‘symbolisch weten’ geen semantische kennis. Zo zijn de acties van een robot het gevolg van de werking van zijn onderdelen en van de software die er door mensen ingebracht is. Het is niet het gevolg van eigen, vrije en bewuste keuzes. Een puur fysisch systeem zonder intrinsiek bewustzijn kan geen semantische kennis hebben. Weten is geen kennis.
Kennis is semantisch en heeft betekenis voor de persoon die kent. Kennis is een relationele beleving binnen het bewustzijn. “Bewustzijn begrijpt de situatie.” (p68)
Het ‘weten dat je bestaat’ is directe semantische kennis. “Het is een reflectie van mijn bewustzijn op zichzelf en produceert qualia waarvan de betekenis is: ‘Ik besta’.” (p68)
“Kennis die verwijst naar kennis die ik verkregen heb door de externe wereld via mijn zintuigen waar te nemen, noem ik indirecte semantische kennis.” (p68)
Herhaaldelijk maakt Faggin duidelijk dat een robot niet ‘kent’, maar wel informatie ‘weet’ en nooit bewust zal kunnen ‘kennen’ en begrijpen. “Wij maken een duidelijk onderscheid tussen het symbolische ‘weten’ en onze semantische kennis.” (p69)
“Als het op echte intelligentie aankomt, is bewust begrip wat het verschil maakt! En begrip is een niet-algoritmische eigenschap van bewustzijn die computers nooit kunnen bezitten.” (p181)
Bewustzijn en qualia
“Filosofen gebruiken de term ‘qualia’ voor de sensaties en gevoelens die we in ons bewustzijn ervaren.” (p114) Bewustzijn is een fundamentele, intrinsieke eigenschap van de werkelijkheid. Het begrip van deze term is metafysisch, niet louter neurobiologisch of psychologisch.
Qualia (gevoelens, gewaarwordingen, betekenissen) zijn de intrinsieke belevingskwaliteiten van bewustzijn: dat wat het van binnenuit is om iets te beleven; hoe ‘het voelt’ wanneer we iets gewaarworden; ze zijn niet te herleiden tot fysische processen; ze ontstaan uit zichzelf. Voorbeelden: de roodheid van rood; de pijn van pijn; de beleving van bestaan; de geur van een roos… Qualia zijn dragers van betekenis.
Faggin noemt vier klassen van qualia: sensaties en gevoelens die voortkomen uit de waarneming van de fysieke wereld, zowel binnen als buiten het lichaam; emoties, zoals nieuwsgierigheid, vriendschap, mededogen, vertrouwen, angst…; gedachten: de gevoelsbeleving van het denken; spirituele gevoelens: mystieke beleving.
Begrijpen is geen symbolische operatie, maar een belevingskwaliteit. “Qualia en begrip worden geproduceerd in ons bewustzijn en suggereren het bestaan van een werkelijkheid die groter is dan de onbewuste fysieke werkelijkheid.” (p178) “Ik geloof dat het onmogelijk is om het leven te verklaren zonder de concepten van bewustzijn en vrije wil.” (p160)
Levende informatie
“In dit hoofdstuk [het hoofdstuk over een uitgebreider begrip van informatie] introduceer ik het concept van levende informatie, een nieuw concept dat geschikt is voor de soorten transformatie die binnen cellen plaatsvinden, waarbij materie, energie, informatie en betekenis onafscheidelijk zijn.” (p118)
Levende informatie wordt gedragen door bewustzijn, ze heeft intrinsieke betekenis, wordt van binnenuit beleefd en is verbonden met qualia. De fysieke wereld is een manifestatie van diepere bewuste entiteiten. De werkelijkheid is in wezen opgebouwd uit bewuste, betekenis-dragende informatie. Zonder levende informatie geen betekenis, zonder betekenis geen kennis. Het is een alternatief voor het materialisme. “De aard van informatie kan in levende organismen niet dezelfde zijn als die in computers.” (p129) “Het leven is zowel kwantum als klassiek.” (p159)
Holistisch
“Het leven is een holistisch systeem, omdat alles met elkaar verbonden is en daarom kan het niet verklaard worden als zou het bestaan uit van elkaar te scheiden onderdelen. Elk levend organisme is in symbiose met de omgeving.” (p147) Omdat het leven holistisch is, moet, volgens Faggin, de essentie van het geheel in elk van de delen aanwezig zijn. Geen enkel deel kan een gesloten systeem zijn.
Ecosysteem
“We kunnen het ecosysteem visualiseren als een systeem van systemen waarin vele soorten met elkaar en met de omgeving in wisselwerking staan.” (p153) Faggin geeft na een samenvatting van de kwantumfysica ook een uitgebreide samenvatting van wat er zich op het biologische cel-niveau afspeelt en komt van daar bij organismen en de nog grotere systemen uit. “De afhankelijkheid van elk dier van zijn gemeenschappelijke omgeving creëert een systeem van ondenkbare complexiteit, omdat de omgeving tot op zekere hoogte afhankelijk is van de acties van elk organisme, de aarde zelf, het zonnestelsel en daarbuiten.” (p155) Centraal hierbij staan de begrippen samenwerking en wederkerigheid.
Voorlopige conclusie
Het boek Onherleidbaar is opgedeeld in twee delen. Dit deel 1 gaat over de aard van bepaalde zaken. Deel 2, dat de volgende maand aan de beurt komt, gaat over Faggins nieuwe visie.
Herman Hümmels, voor Civis Mundi – Tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur