Adem van het Absolute
Dialogen met Mooji
“Je ontwaakt elke dag uit de droomstaat
maar om vrij te zijn moet je ook ontwaken
uit de wakkere staat”
In ‘Adem van het Absolute’ nodigt Mooji je uit met een frisse blik naar jezelf te kijken. Van alle onderwerpen die worden besproken binnen het menselijke bestaan, staat één ding niet ter discussie, namelijk het feit dát we bestaan. Wat vervolgens echter niet wordt onderzocht, is als wat we bestaan. In dit boek neemt Mooji je mee voorbij de tegenstrijdige aard van de mind naar de levendige helderheid van het Ondenkbare.
“Iemand die honger lijdt
is niet ‘geïnteresseerd’ in eten,
noch is iemand die verdrinkt
‘geïnteresseerd’ in lucht.
Voor wie naar Bevrijding verlangt
is Zelfkennis geen interesse.
Zij is van levensbelang.”
Mooji
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
Zoals Sri Harilal Poonja door zijn volgelingen liefkozend ‘Papaji’ werd genoemd, zo is de koosnaam van Anthony Moo Young ‘Mooji’. Mooji is afkomstig uit Jamaica en was leraar kunst aan een hogeschool in Engeland.
Inkttekeningen van zijn hand gaan vooraf aan elk hoofdstuk van dit boek. Mooji was een leerling van Papaji, die zelf weer een leerling was van Ramani Maharshi, waardoor er van deze legendarische Advaitaleraren een direct lijntje naar Mooji loopt.
Foto’s van zijn illustere voorgangers sieren ook twee pagina’s voor in het boek. Het zijn tekens van verwantschap, net als de wijze waarop Mooji spreekt. Hij verliest nauwelijks tijd aan uiteenzettingen over het ontstaan van het ego of de werking ervan. In plaats daarvan leidt hij zijn toehoorders telkens terug naar de bron van het grote misverstand, de verwisseling van het ware en onware Zelf, en weegt hij hun vragen en antwoorden op een goudschaaltje. Want Mooji is niet snel overtuigd dat het muntje gevallen is, of dat iemand zich inderdaad ‘in eenheid bevindt’. Dergelijke uitspraken maken hem extra wantrouwend, en in zijn antwoorden laat hij vaak blijken een leerling niet te geloven. Meestal wordt daarna ook snel duidelijk dat zijn scepsis terecht was.
Mooji noemt zijn onderricht graag “the lazy man’s way to enlightenment”, om de neiging tot handelen en de gerichtheid op een doel te ontmoedigen. Hij roept op tot alertheid, en dan niet die van het ego, maar van het Zijn. Woorden zijn voor Mooji echter maar een onderdeel van zijn lessen. Energetische overdracht is minstens zo belangrijk. Zijn instructies blinken uit in helderheid en eenvoud, getuige uitspraken als: “Wees degene zonder geschiedenis”, “Blijf zo goed als je kunt bij de gewoonte je te identificeren met het Zelf”, en (nog kernachtiger) “Vergeet gewoon alles”.
Deze balans van diepzinnigheid en eenvoud is de kracht van Mooji’s onderricht. Hij lijkt even graag te willen dat zijn leerlingen tot ontwaken komen als zijzelf. Zijn enthousiasme en gedrevenheid werken aanstekelijk. Het laatste stuk van de route moet uiteraard alleen worden afgelegd, maar men kan zich langs de zijlijn geen gedrevener supporter dan Mooji wensen.
Frans Hasselaar, Tijdschrift InZicht