Donker
De ongeziene helft van heel zijn
In Donker, de ongeziene helft van heel zijn schrijft Joris Vincken op een intieme en persoonlijke manier over de rijkdom van onze schaduwkant en zijn eigen worsteling met donker en seksualiteit.
Donker is niet slecht of fout, het is alleen onbekend. Het is de ongeziene helft van je heelheid.
Seksualiteit is deel van die heelheid: de ontmoeting van de mannelijke en vrouwelijke polariteiten. Het omarmen van je diepste seksuele verlangens, schaamte en oordelen. Onvoorwaardelijk houden van jezelf, van alles wat je bent.
Je bent niet hier om weg te vliegen naar een droomwereld, maar om jezelf en het leven helemaal te proeven. Met je voeten geworteld in de aarde, je gezicht in het licht van de zon. Je complete mens-zijn. Diep spiritueel en gelijktijdig compleet geaard.
Wat wil je echt? Je even fijn voelen door je energie op te laden aan werelds succes of prachtige, maar ook vluchtige, spirituele wijsheden? Of heb je lang genoeg gezocht, en is het tijd om jezelf werkelijk te ontmoeten?
Heelheid omvat alles, anders is het geen heelheid. De gebruikelijke definitie die we echter aan ‘heel zijn’ geven staat haaks op de uitleg die Joris er aan geeft. Voor de meesten van ons is heel zijn een toestand van algemeen welbevinden waarin alles positief is. In zijn visie bevat heelheid ook alle door ons negatief gelabelde dingen zoals woede, lust, schaamte, jaloersheid, agressie e.d. Het zijn deze ‘donkere’ gemoedstoestanden die we doorgaans uit ons systeem willen filteren net zolang tot er alleen het positieve over blijft.
Dit is het vijfde boek van Joris en is in zekere zin een contrast met zijn vorige uitgaven. Daarin staat ons compleet zijn ook centraal, maar wordt er minder de nadruk gelegd wordt op wat we van onszelf niet ‘mogen zijn’. Het is daarom dat de verdrongen aspecten in onszelf in dit boek meer belicht worden. Meer nog dan het alleen maar wijzen op wat we doorgaans doen, promoot Joris juist het omarmen van het donkere door je er niet langer tegen te verzetten, maar haar volledig uit te leven. Het boek is ook een persoonlijk verslag van zijn eigen ‘struggle’.
Tegen de achtergrond dat we allemaal een unieke expressie van het universum zijn is het van het grootste belang dat we alles wat zich in ons roert gaan belichamen, van het meest verhevene tot het meest banale. Alleen dan gebruiken we ons volledige potentieel. Het kan al lezende zo overkomen dat Joris wel heel erg expliciet onze afgewezen seksuele verlangens en begeerten verheerlijkt. Maar dat moeten we in het licht zien van eeuwenlange onderdrukking en demonisering van alles wat niet onder controle van de maatschappij te brengen is. Onze grootste angst is dat we niet goed genoeg zijn en daarmee zetten we onszelf vast in een keurslijf. De gevangenis is ons thuis geworden.
De ongeziene helft van ons bestaan laat zich niet negeren. Hoe meer deze verdrongen wordt, hoe meer ze zich langs een omweg doet gelden, maar dan op een verwrongen manier. Daarom moeten we alles recht in de ogen kijken. Goed en kwaad zijn beide legitieme aspecten van ons bestaan, door te verschijnen als dualiteit. Hoog en laag, berg en dal, licht en donker zijn manifestaties van het eeuwige. Daar buiten is er niets. Alles zijn is zelfliefde zoals Joris het uitdrukt.
Het is van het grootste belang dat we radicaal eerlijk naar onszelf durven zijn, zo betoogt Joris keer op keer. Niets verdoezelen, maar volledig de confrontatie met onze angst en afwijzing van het leven aangaan is de weg. Alles proeven. Ons licht op onze schaduw laten schijnen. Tegelijkertijd spiritueel en geaard zijn. Onvoorwaardelijk van jezelf te houden zoals je bent.
Het binnen de lijntjes kleuren kan ons veilig doen lijken, maar vergroot juist de angst voor het onbekende. Het ongeziene in onszelf tegemoet treden is daarom een daad van ongekende schoonheid die geen tegengestelde kent. Of, zoals Joris het zegt, een ode aan ons magische Zelf.
Jan van Rossum – november 2023