Zelfonderzoek
in de traditie van de Advaita Vedanta
Het eigenaardige van advaita is, aldus Jan Koehoorn, dat er wel leraren zijn maar dat je geen les krijgt. Want les krijgen houdt in dat je iets van iemand anders aanneemt. Als je naar een satsang gaat (zo heten bijeenkomsten met advaita-leraren) wordt je volgens de voormalig leerling van Alexander Smit geen nieuwe informatie aangereikt, maar komen je aannames ter discussie te staan. Allemaal.
Veel mensen zijn op zoek naar zichzelf. Dat zoeken komt voort uit het idee dat er iets ontbreekt aan je leven en je vraagt je af: hoe kan ik gelukkig worden? Maar alle vragen die met ‘hoe’ beginnen, houden een manier of methode in. En een manier of methode betekenen op hun beurt weer dat je gaat proberen om van hier naar daar te komen, om iets te bereiken. Het idee dat we iets moeten bereiken, dat het ‘ergens naartoe’ moet, heeft te maken met de illusie dat we ons in de een of andere toestand zouden bevinden. Je kunt namelijk alleen in een andere toestand terechtkomen, als je je op dit moment in de ene toestand bevindt. We hebben eigenlijk geen aandacht voor onderzoek naar dit basismisverstand. We zijn alleen maar bezig om van de ene in de andere toestand terecht te komen. We doen al die moeite om onze zelfverzonnen problemen op te lossen.
Totdat de vraag wordt gesteld: ‘Is het wel zo dat ik me in de een of andere toestand bevind?’ Een diepgaand onderzoek naar die vraag is iets heel anders dan proberen een beter mens te worden. Het is eenvoudig kijken of een aanname klopt of niet. Je kunt alle toestanden beschrijven, je kunt alle eigenschappen van welke toestand dan ook opnoemen. Ben je dan niet in eerste instantie de waarnemer van al die toestanden? Dat is een kwestie van onderzoeken, niet van geloven. Want geloven ligt in de aannamesfeer en onderzoeken is kijken, voor jezelf zien. Dat is de uitnodiging van advaita en ook de uitnodiging van Jan Koehoorn in dit boek.
‘De nuchtere, no-nonsense stijl van Jan Koehoorn is een verademing.’
‘De Advaita klassiekers van Nederlandse bodem waren voor mij altijd:
Vrij Zijn! (Wolter Keers) en Bewustzijn (Alexander Smit). Er is er voor mij nu nog 1 die dit rijtje compleet maakt en dat is…Zelfonderzoek van Jan Koehoorn.’
Lezersreacties op bol.com
Uit het boek:
Zoeken betekent: over het nu heen kijken. Denken dat er een andere mogelijkheid is dan nu, en daar- op focussen. Een statische gedachteconstructie prefereren boven het dynamische nu. Een ideale situatie verzinnen, datgene wat er verschijnt daarmee vergelijken, en vervolgens oordelen dat ‘wat is’, niet voldoet.
Wat is, zal per definitie nooit voldoen aan wat voor voorwaarden je ook stelt. Voorwaarden zijn namelijk gedachtenspinsels. Je neemt een aantal momentopnamen uit het geheugen en daarmee construeer je een ‘ideale situatie’. Die situatie heeft meestal te maken met geluk, macht, controle, geld, veiligheid, allerlei garanties, bevestiging, liefde, en ga zo maar door.
En dat alleen maar omdat je gelooft dat je een persoon, een ego, bent. En voor een ego is de wereld uitermate onveilig, zijn er geen garanties, is er bevestiging nodig, en moet er steeds maar weer aandacht naar toe. De persoon en de zoekbeweging hebben met elkaar te maken. Zolang je gelooft dat je dat ego bent, en meer niet, is er die zoekbeweging. Harder zoeken, of op een andere manier zoeken, of net doen of je niet meer zoekt, is allemaal geen oplossing. Zie het misverstand, doorzie de persoon en herken de idioterie van het zoeken.
We zijn op een dusdanige manier geconditioneerd dat we alles in termen van bereiken zien. Bovendien zijn we gewend geraakt aan de illusie dat iets er duidelijker op wordt naarmate we er meer denkplaatjes bij verzinnen.
Maar een uit-een-zetting levert nog geen eenheid op, en een ver-klaring brengt nog geen klaarheid. Vandaar dat in de advaita traditie niet het accent ligt op bereiken en intellectuele verklaringen, maar op de werking van het denkmechanisme an sich.
Omdat we zijn gaan geloven een persoon te zijn en meer niet, hebben we een fobie opgelopen voor niet-verklaren en de afwezigheid van denkpatronen. En dus moeten we op een krampachtige manier aan de gang om alles, maar dan ook letterlijk alles, in te vullen. Overal moet een verklaring bij, een beschrijving, een kader, anders kunnen we het niet ‘plaatsen’. Dan ‘kunnen we er niets mee’, en kunnen we het ‘geen plek geven’. En, minstens zo belangrijk, we kunnen ook niet meer ‘zonder doel’ zijn. De afwezigheid van projectie zijn we als probleem gaan zien, terwijl projectie nu net de oorzaak is van alle problemen.
De fout die bijna elke spirituele zoeker maakt, is het najagen van toestanden ‘zonder gedachten’, ‘zonder doelen’ en ‘zonder verklaringen’. En dan maar de hele dag hardop roepen dat je ‘niets weet’. Van een ‘weter’ word je dan ineens een ‘niet-weter’. Het denken wordt dan tot vijand gemaakt (wat het niet is) en krijgt daardoor een onevenredig grote waarde toegekend (die het niet heeft). Je bent nog steeds aan het proberen een toestand te bereiken, namelijk een gedachteloze toestand.
Wil je serieus zelfonderzoek doen? Kijk dan naar al deze mechanismen en herken ze als zodanig. Dan ontdek je ook dat het niet uitmaakt of ze er wel of niet zijn.
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
Je kunt dit boek vergelijken met een mooie droge wijn. Het geheel is gerijpt uit de conversaties die de schrijver met zoekers had, waarbij een ruim boeket aan toetsen voorbijkomt. Geserveerd in een honderdtal intense teugjes kunnen ze geproefd en onderzocht worden – en op uitdrukkelijk aandringen van de schrijver zonder vooropgesteld doel.
De stijl is sec en bondig, en de benadering heeft een authentiek en fris karakter, samengesteld met respect voor en doordrongen van de traditie.
Jan nodigt je uit te kijken naar diverse aspecten van je bestaan: je aannames, denken, voelen, willen, angst en verlangen, illusie, relatie ,realisatie, geheugen, tijd, bewustzijn …. Het gaat om kijken zonder oordeel en zonder die bekende, zo diep ingewortelde en gecultiveerde neiging tot zelfverbetering. Is het leven niet een spontaan gebeuren binnen Dat wat je bent? Zelf onbenoembaar, ongrijpbaar, niet te ervaren, neemt het alle ervaringen waar. Er valt niets te accepteren, want alles is er al. Er wordt ruim aandacht besteed aan gevoelens en wat we daar doorgaans mee doen: etiketteren, de strijd mee aangaan, erin vrezen te verdrinken, kortom: alles wat ons denkbeeldige persoontje helpt in stand houden. Gevoelens zijn an sich conflictloos, pure energie. Richt je aandacht op het gevoel zelf, vergeet het ideaal en het conflict is weg. Zie je dat alles komt en gaat, dat je dat niet in wezen bent? Het basismisverstand is dat we ons in een toestand menen te bevinden en van daaruit naar iets anders streven. Maar je bent daar nooit in geweest. Dat is onmogelijk, zegt Jan. Je bent de waarnemer ervan. Het verschijnt en verdwijnt in jou, dus wat valt er dan nog te doen ? Evenzo is het met inzicht: zoeken vanuit de gedachte een fragment te zijn die het geheel wil doorzien is nutteloos. Stel eerst de juiste vraag: ben ik wel die persoon? Is de persoon niet iets discontinues, een fragment binnen Bewustzijn? Je kunt Bewustzijn niet reduceren, zelfs niet tot een moment van inzicht. Als je het toch probeert, blijf je leven in een illusie.
Een ander subtiel misverstand is dat van de doener. De persoon eigent zich een zelfstandigheid toe die er helemaal niet is. Dingen gebeuren vanzelf, maar we nemen aan dat er een ‘iemand’ is die het doet, om zo controle te krijgen over ons leven. Snappen hoe het zit met de illusie van de doener houdt in dat er geen bemoeienis is met die doener. Het veronderstelde ik is fobisch bang voor de afwezigheid van projectie, terwijl juist dat projecteren zelf de oorzaak is van alle problemen. We zoeken naar bestendigheid op een niveau waar we dat nooit kunnen vinden: in het veranderlijke. Moeilijk te doorzien is dat de persoon zelf ook tot dat veranderlijke behoort; dat hij slechts uit gedachten bestaat.
Realisatie is ontdekken dat afgescheidenheid alleen als gedachte op kan komen. In werkelijkheid is er
nooit sprake geweest van welke afgescheidenheid dan ook. Dus wat valt er dan nog te herenigen? Moet een golf één worden met de zee? Anders gezegd: hoe kan iets wat niet bestaat verstoord worden?
Zelfonderzoek in de traditie van de Advaita Vedanta leest aangenaam vlot en is inhoudelijk zeer direct gericht op de dagelijkse ervaring. Maar vergis je niet: het kan je wereld behoorlijk op zijn kop zetten! Het denken, hier beperkt tot het geheugen, wordt intens aangesproken: het ‘Advaitageheugen’ komt in aanraking met ons Westerse denken/voelen, en dat kan aardig wat controversieel geknars teweegbrengen. Maar om het met Jans’woorden te stellen: als iets zo gemakkelijk op zijn kop te zetten is, is het dan geen onderzoek waard? Wie weet gaan bij die terugkeer naar d Essentie spontaneïteit, eenvoud en liefde er vanzelf doorheen schijnen.
Denis Bellenge, Tijdschrift InZicht