Spira schrijft vanuit de non-duale traditie, en die oriëntatie is op elke pagina terug te vinden. Zijn centrale stelling is eenvoudig, maar niet gemakkelijk: het gebed is geen activiteit gericht op God, het is de erkenning van onze essentiële intimiteit met wat wij God noemen. Gebed, in de diepste zin van het woord, is niet iets wat we doen. Het is iets wat we opmerken.
Alleen al die invalshoek zal sommige lezers wellicht verontrusten. Voor degenen die gewend zijn aan gebed als smeekbede, belijdenis of voorbede, kan Spira’s benadering in eerste instantie abstract, zelfs ontwijkend aanvoelen. Maar wie het boek zorgvuldig leest, beseft dat hij het traditionele gebed niet afwijst – hij wijst juist naar de bron ervan. De kern van het gebed, zoals Rupert Spira het ziet, bestaat niet uit woorden of gebaren, maar uit het wegleiden van de aandacht van het ego en terug naar het Zijn zelf.
Wat dit boek zo boeiend maakt, is de ingetogenheid. Rupert Spira beargumenteert niet agressief non-dualiteit, noch probeert hij te overtuigen met slimme metafysica. In plaats daarvan gaat hij ervaringsgericht te werk. Steeds weer nodigt hij de lezer uit om op te merken wat er al is: bewustzijn, stilte, openheid, liefde. Het gebed gaat minder over geloof en meer over eerlijkheid – over het erkennen van wat er werkelijk is, voordat gedachten zich ermee bemoeien.
Een van de sterkste bijdragen van het boek is de herdefinitie van toewijding. In Gebed als verstilling is toewijding geen emotionele intensiteit of religieuze hartstocht. Het is oprechtheid. Het is de bereidheid om zich tot de waarheid te wenden in plaats van tot troostende verhalen over zichzelf. Rupert Spira suggereert dat het diepste gebed een vorm van luisteren is – een luisteren zo volledig dat de grens tussen luisteraar en datgene waarnaar geluisterd wordt, vervaagt.
Dit heeft diepgaande implicaties. Als bidden luisteren is, dan is stilte niet de afwezigheid ervan, maar juist de vervulling. Als bidden intimiteit is, dan wordt inspanning een obstakel in plaats van een deugd. En als bidden de erkenning van eenheid is, dan valt er niets te bereiken, alleen iets om niet langer over het hoofd te zien.
Door het hele boek heen ontmantelt Rupert Spira op subtiele wijze de aanname dat God een object is – ergens anders, kijkend, oordelend, reagerend. In plaats daarvan wordt God beschreven als de aanwezigheid zelf waarin ervaring zich manifesteert. Gebed is dan ook geen communicatie over een kloof, maar gemeenschap met wat al onlosmakelijk met ons verbonden is. Dit is waar het boek de traditionele theologie wellicht ter discussie stelt, maar het doet dat zonder vijandigheid. Er is hier geen sprake van afwijzing, alleen van inclusie op een dieper niveau.
Wat stilistisch opvalt, is zijn precisie. Hij gebruikt taal zorgvuldig en benadert hetzelfde inzicht vaak vanuit meerdere invalshoeken, niet om zichzelf te herhalen, maar om de lezer te bevrijden van zijn gebruikelijke denkpatronen. Dit kan traag aanvoelen, vooral voor lezers die gewend zijn aan lineaire argumentatie of praktische instructies. Maar het tempo is weloverwogen. Het boek probeert je niet vooruit te helpen; het probeert je terug te brengen.
In die zin is Gebed als verstilling minder een handleiding en meer een contemplatieve ruimte. Je leest het niet om technieken te leren. Je leest het om herinnerd te worden aan iets wat je al weet, maar waar je zelden op vertrouwt. De herinneringen zijn subtiel: bidden is niet vragen om liefde; het is rusten als liefde. Bidden is niet zoeken naar vrede; het is het opmerken van het bewustzijn waarin rusteloosheid zich voordoet.
Een bijzonder sterk thema is de relatie tussen gebed en lijden. Rupert Spira belooft niet dat bidden het leven gemakkelijker zal maken. In plaats daarvan suggereert hij dat bidden onze relatie met moeilijkheden verandert door de ingebeelde scheiding tussen de lijdende en de wereld op te heffen. Wanneer gebed wordt begrepen als aanwezigheid in plaats van smeekbede, wordt lijden onder ogen gezien in plaats van weerstaan. Dit is geen passieve berusting; het is een radicale intimiteit met de ervaring zoals die is.
Er schuilt een stille moed in deze benadering. Het verwerpt het transactionele model van spiritualiteit – wees braaf, bid vurig, word beloond. In plaats daarvan biedt de schrijver iets veel minder commercieels en veel veeleisender: de bereidheid om het gevoel van zelf, dat in de eerste plaats naar resultaten verlangt, ter discussie te stellen. Gebed wordt een daad van overgave, niet aan het lot, maar aan de werkelijkheid.
Dat gezegd hebbende, is het boek niet voor iedereen. Lezers die op zoek zijn naar gestructureerde gebeden, theologische discussies of morele instructies, zullen het wellicht moeilijk vinden. Rupert Spira gaat uit van een openheid voor zelfreflectie en een tolerantie voor ambiguïteit. Hij haast zich niet om paradoxen op te lossen. Sterker nog, hij nodigt de lezer vaak uit om erin te blijven hangen. Voor sommigen zal dit bevrijdend aanvoelen. Voor anderen frustrerend.
Er is hier ook een impliciete volwassenheid vereist. Het boek Gebed als verstilling biedt de lezer geen emotionele geruststelling, maar juist bewustzijn. Dat onderscheid is belangrijk. Dit is geen boek dat het ego streelt; het omzeilt het juist subtiel. Als je je in een periode van spirituele crisis of diepe vragen bevindt, is dat misschien precies wat je nodig hebt – of juist wat je tegenwerkt.
Maar wanneer het boek werkt, werkt het diepgaand. De grootste kracht ervan ligt in de nadrukkelijke boodschap dat gebed niet losstaat van het leven. Afwassen, wandelen, luisteren naar een vriend – dit kan gebed zijn als het gedaan wordt zonder egocentrische gedachten. Gebed wordt een manier van zijn in plaats van een geplande activiteit. Het is verweven met alledaagse momenten, niet erboven verheven.
Uiteindelijk is Gebed als verstilling een boek over intimiteit – intimiteit met stilte, met aanwezigheid, met wat niet benoemd kan worden maar altijd gekend is. Het nodigt uit tot een verschuiving van doen naar zijn, van vragen naar luisteren, van God zoeken naar erkennen dat wat we zoeken, dat is wat we zijn.
Voor lezers die bereid zijn stil te zitten, rustig vragen te stellen en te accepteren dat bidden eenvoudiger wordt dan ze ooit hadden gedacht, biedt ‘het boek geen antwoorden, maar iets zeldzamers: een terugkeer naar wat er altijd al is geweest, geduldig wachtend onder het lawaai van de inspanning.
Ron van Es op Betekenisboekenclub.com, november 2025