ISBN: 978-90-77228-66-1
NUR: 728
Prijs: € 25,99
Uitvoering: hardcover
Formaat: 120 x 125 mm
Omvang: 218 pagina’s
Samenstelling: Han van den Boogaard
Jan van den Oever hield ruim vijfentwintig jaar bijeenkomsten over non-dualiteit, vanuit een onophoudelijk enthousiasme voor de essentie van ons bestaan. Hij is er niet op uit om zieltjes te winnen, anderen te overtuigen van zijn gelijk of een bekende leraar te worden.
Jan spreekt heel direct, ronduit confronterend soms, maar tegelijkertijd liefdevol en inlevend. Hij heeft begrip voor de vragen en dilemma’s van degenen die zijn bijeenkomsten bijwonen, want in de loop van zijn eigen zoektocht heeft hij zelf ook al die vragen gesteld en met dezelfde dilemma’s geworsteld.
Met de typische humor die hem eigen is, probeert hij de ogenschijnlijke zwaarte van die vragen en dilemma’s te relativeren en terug te keren naar het basisgegeven in zijn eigen bestaan en dat van de ander; het gegeven dat alles, ook twijfel, angst en onzekerheid, verschijnt in dat wat je wezenlijk bent.
Maar Jan stopt niet waar veel andere spirituele leraren dat wel doen. Want als iemand aangeeft in te zien wat hij daarmee bedoelt, dan volgt vaak de vraag: ‘Als je het begrijpt, waarom leef je dan niet zo?’ Die vraag kan plotseling de grond onder je voeten wegslaan en je terugwerpen in de essentie die daarvoor alleen verstandelijk begrepen is. Er is geen antwoord, en dat opent de mogelijkheid dat ook de vraag wegvalt.
In Ik weet niet wie ik ben zijn een reeks gespreksbijeenkomsten van Jan in Leiden, Haarlem, Arnhem en Nijmegen voor het eerst als coherente tekst samengebracht. Daarnaast is een reeks dialogen opgenomen waarin niet alleen zijn passie voor het onderwerp, maar ook zijn liefdevolle benadering ervan onmiskenbaar tot uitdrukking komen.
‘Het hele verhaal over non-dualiteit is aan Jan wel toevertrouwd, hij is waar hij over spreekt en dat merk je aan zijn heldere woorden. De consequente weigering om het moeilijker voor te doen dan het is maakt het tot een verhaal van eenvoud humor en diepte.’
Evert de Vries op bol.com
Uit het boek:
Dat waarin alle dingen verschijnen is geen verschijning in jou. Het is pure beschikbaarheid, want het is onafgebroken beschikbaar om jouw hele leven erin te doen verschijnen. Alles wat er nu is, smaak, geluiden, gevoelens, verschijnt allemaal in jou. Alles wat je bedenken kan, iedere gedachte, verschijnt in jou. Hoe je heet, of je dik of dun bent, wijs of dom, verlicht of niet verlicht, boeddhist of christen, het verschijnt in jou. Alles wat we de wereld noemen, alles waar we in geloven, verschijnt in jou. Dat jou waar alles in verschijnt is helder zichzelf, stil, onbezoedeld, tijdloos, altijd aanwezig. Van alles wat er verschijnt, kun je de begrenzing zien: van je ideeën, van je gevoelens, van je geloofjes. Maar van dat waar het in verschijnt kan je de grens niet zien. Daar ben je grenzeloos.
Je kent geen andere staat dan de staat waar alles in verschijnt en ook weer in verdwijnt. Die staat is dus altijd aanwezig, is je Aanwezigheid zelf. Die kun je niet ontkennen, want om hem te kunnen ontkennen moet je er al zijn. Je kunt er ook niet aan twijfelen, want om eraan te kunnen twijfelen moet je er al zijn. Je kunt het ook niet worden, want om het te kunnen worden moet je er eerst al zijn. Vóór iedere gedachte ben je er al. Het zijn dat je bent heeft noch bevestiging nodig, noch ontkenning. Want ook om het te kunnen ontkennen of bevestigen, moet je er al zijn. Dat wezen dat je bent vóór iedere interpretatie, vóór het idee van man of vrouw, wijs of dom, mooi of lelijk, verlicht of niet-verlicht, dat is wat je werkelijk bent. Dat is nooit anders geweest, en zal ook nooit anders zijn. Je bent geen fragment, geen onderdeel van de wereld. Je bent meer dan welke verzameling ervaringen ook. Je kunt het het licht der wereld noemen waar alles in verschijnt en verdwijnt. En dat wat verschijnt en verdwijnt ben je ook. Dat licht is totaal onbevlekt, puur, zuiver. Geboorte, ziekte, dood, tijd, ze hebben er geen enkel vat op. Er zit nog geen krasje op. Het is je huis. Het is het koninkrijk Gods waar geen tijd en ruimte bestaan, waar geen worden en geen beweging is, maar slechts totale beschikbaarheid waarin dit, de wereld, met open armen en volkomen oordeelloos wordt ontvangen.
Recensie
InZicht
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
Een boek is per definitie iets wat geschreven en gelezen wordt. De letters op papier vormen woorden, het schrift wordt gebruikt als communicatiemiddel. Maar zoals bij veel definities het geval is, valt ook deze definitie deels te ondermijnen. Jan van den Oever en Han van den Boogaard hebben het voor elkaar gekregen om een boek te schrijven dat leest als een gesprek. Er is geen sprake meer van een schrijver die iets tracht over te brengen aan de lezer. “Er is sprake van een prachtige, mystieke toestand. Want als ik niet weet wie er spreekt tegen iemand die niet weet wie er leest, dan is er geen verschil tussen ons. Dan zijn we gelijkwaardig. Dan zijn we Een.”
Ik weet niet wie ik ben is opgebouwd uit vijf delen. In ieder deel wordt de advaita vanuit een andere invalshoek besproken. Op basis van een reeks satsangs en interviews heeft van den Boogaard de visie van van den Oever succesvol op papier weten te krijgen. Voor de lezer is het lezen soms net luisteren. In behapbare spreektaal worden diepe lagen van de oosterse zijnsleer blootgelegd. De kracht van de herhaling wordt door van den Oever op zijn zachtst gezegd niet onderschat, maar tegelijkertijd houden de anekdotische passages over advaita in het dagelijks leven en de satsangdialogen de tekst levendig. Jan van den Oever blijkt een man van de wereld te zijn, die zich koste wat kost niet wil isoleren van de werkelijkheid. Zo besteedt hij veel aandacht aan de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan, en aan de liefde en het lijden van ieder mens. Ook blijft hij benadrukken dat ons verstand geen vloek is, maar ons juist kan helpen onszelf te handhaven in het dagelijks leven. Zijn verwoording bezit een zekere nuchterheid, die maakt dat spiritualiteit geen zweverige aangelegenheid wordt, maar een manier van zijn die het leven dragelijker kan maken. Opgegroeid in een vissersgezin, blijft zijn christelijke achtergrond voortdurend voelbaar in zijn taal en manier van uitdrukken. Aan de hand van gebeurtenissen uit zijn jeugd zet hij een denkwijze neer die het Zijn als nulgraad neemt en acceptatie centraal stelt.
Van den Boogaard haalt in zijn inleiding Lucebert aan: “Alles van waarde is weerloos.” De rol die kwetsbaarheid inneemt in van den Oevers filosofie raakt aan Luceberts beroemde woorden. We zijn kwetsbaar, maar moeten vooral blijven voelen dat we altijd Zijn. Van den Oever nodigt ons uit ook in die accepterende rust te verblijven, zonder onze kwetsbaarheid te verliezen. De laagdrempeligheid van zijn woorden maakt dat Ik weet niet wie ik ben een welwillendheid naar de lezer uitademt die in de dialogen goed tot zijn recht komt. Hij nodigt ons op een open manier uit om zijn woorden tot ons te nemen: “Mijn werk is slechts om naar hartenlust te strooien en te zaaien en zo de overdracht te doen plaatsvinden. Verder hoeft er niets. Er is geen enkele sprake van moeten, alleen maar van ont-moeten.” En die ontmoeting kan op vrijblijvende wijze ervaren worden in Ik weet niet wie ik ben.
Eva Segunda, Tijdschrift InZicht


