Jed McKenna’s theorie van alles
Vanuit een verlicht perspectief
Juiste kennis begint en eindigt met Ik Ben. Ik Ben is wat er is. Dit is de enige waarheid. Maar wie komt tot die waarheid? Niemand, want een ‘waar-zelf’ bestaat niet, er is alleen maar ‘geen-zelf’. Er is geen deeltje, alleen het geheel, want iets zijn, is alles zijn.
Volgens McKenna worden we overvoerd met onjuiste kennis over de werkelijkheid van wie we zijn en de wereld waarin we leven. Wetenschap en godsdienst zijn volgens hem de twee hoofdstromingen van onjuiste kennis.
Deze twee staan doorgaans vreedzaam tegenover elkaar. Maar af en toe geven ze zich over aan ‘kleingeestige Scepsis versus Gelovige schermutselingen’, waarbij beide sekten een pool vertegenwoordigen, terwijl de ‘agnostische meerderheid wegkwijnt in een gedeelde onverschilligheid’. En zo wordt er een wankel evenwicht in stand gehouden. Maar zoals in al zijn boeken roept McKenna ook nu weer op tot WJEFL (Wees Je Eigen Fokking Leraar). Alleen door de werkelijkheid zelf te onderzoeken, kunnen we tot inzicht komen.
Met een fileermes ontleedt Jed Mckenna in dit boek – dat leest als een spannende roman – talloze aannames van onder andere de wetenschap en filosofie, die wij vaak klakkeloos voor waar aannemen omdat ze als ‘waarheid’ worden gebracht. De auteur roept ons op om juist niets zomaar aan te nemen. Dus ook zijn woorden niet. Hij is de eerste om te vertellen dat ook hij de waarheid niet in pacht heeft:
‘Heel deze woordenbrij schiet volledig tekort bij het beschrijven van wat ik ervaar als de levende werkelijkheid (…) Dat is wat het schrijven van dit boek voor mij zo onbevredigend maakt. Het is best een leuke uitdaging om al dit materiaal op een interessante manier proberen te verwoorden, maar als ik het doorlees, dan is er geen sprake van de heldere, eenvoudige, alles behalve
mysterieuze werkelijkheid die ik ervaar. Nadat ik het proces van onwaarheid-onrealisatie heb ondergaan ben ik niet terechtgekomen in een verheven staat van superieure kennis, maar in een kennisloze staat van superieure verhevenheid. Ik zie alles, ik begrijp alles, ik weet niets.’
‘Wederom een makkelijk leesbaar boek met heldere vergelijkingen en veel humor (…) Mooie hardcover met leeslint. Voor de Jed-fan een aanrader.’
Lezersreactie op bol.com
Uit het boek:
Mijn levende werkelijkheid wordt gevormd door een dynamische, transpersoonlijke wisselwerking die niet minder echt is omdat ze niet getest of herhaald kan worden onder gecontroleerde condities. Voor mij gaat bewuste interactie met de werkelijkheid veel verder dan af en toe een ervaring met serendipiteit; het is mijn enige navigatiemodus hier op aarde. Het werkt altijd, onfeilbaar, en voor mij is het zo echt als maar zijn kan.
Bewuste interactie is hoe ik te werk ga in de wereld, of ik dingen accepteer of verwerp, wat ik wens en toelaat, zie en weet. Het is hoe ik samenwerk met de werkelijkheid. Ik ken andere mensen voor wie dit ook geldt, en wanneer we het hebben over ‘hoe de dingen werkelijk functioneren’ begrijpen we elkaar perfect. Hoe gewoon deze manier van te werk gaan voor mij en anderen ook is, toch is het volgens de normale standaard beslist paranormaal. Mijn ervaring is het bewijs ervoor – alhoewel alleen voor mij natuurlijk – dat ondanks alles bewustzijn en werkelijkheid met elkaar verweven zijn en dat iedereen die al dan niet opzettelijk iets anders beweert, geen aandacht meer verdient. Ik denk dat de meeste mensen voldoende eigen ervaring hebben met ongewone verschijnselen om te weten dat een groep of ideologie die dit verwerpt, zelf verworpen moet worden.
Wanneer zogenaamd sceptische atheïsten en wetenschappers in boeken, lezingen en discussies afgeven op monotheïstische godsdiensten, dan hakken ze alleen maar in op een hofnar met een nepkroon. Ze denken dat, door de clown van de religie in elkaar te slaan, ze het koninkrijk van de bovennatuurlijke werkelijkheid ten val brengen, maar hun soort argumenten kan nooit iemand van zijn stuk brengen die geworteld is in de geïntegreerde, co-creatieve staat, de serieuze werkelijkheid die schuilgaat achter het circus van de godsdienst.
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
In de periode van 2002 tot 2011 schreef ene Jed McKenna drie boeken over zijn ervaringen als verlicht leraar. Diepzinnig, humoristisch en luchtig. Heerlijke boeken die afrekenden met spiritueel streven, pseudo-diepzinnigheid en goeroeverering. In de boeken ging de ik-persoon het gesprek aan met spirituele zoekers van divers pluimage en schopte hij met veel plezier hun heilige huisjes omver.
Maar was het allemaal wel waar? Jed McKenna bleek namelijk een pseudoniem, de werkelijke auteur bleef onbekend. Dus wie zei ons dat zijn verhalen niet op fantasie berustten…? De discussie hierover woedde een tijdje flink, vooral op de diverse spirituele websites en fora. Grappig, omdat de mensen die zich opwonden over McKenna’s identiteit vaak spirituele zoekers waren die juist pretendeerden voorbij hun eigen persoonlijkheid te willen kijken
Gelukkig was en is de realiteitswaarde van McKenna’s boeken veruit ondergeschikt aan de inhoud. Achter de nonchalante toon van schrijven gaat een scherpe, nieuwsgierige geest schuil, en een grote betrokkenheid bij het lot van de zoekende lezer. De nadruk ligt altijd op het volgen van de eigen intuïtie. McKenna heeft een broertje dood aan het volgen en navolgen van goeroes. Dat kan aanvankelijk nut hebben, om erachter te komen wat men precies zoekt, maar daarna is het zaak de boeddha’s op het pad zo snel mogelijk dood te slaan.
Zelf bewaart hij gepaste afstand tot zijn leerlingen. Niet door de geheimzinnige goeroe uit te hangen, maar paradoxaal genoeg juist door ongrijpbaar te blijven achter een façade van kameraadschappelijkheid. Hij drinkt biertjes met ze, kijkt films met ze, zet ze en passant aan het denken, maar is nooit opdringerig of belerend. Zo ook in dit boek. Zijn leerlingen, als men ze zo kan noemen, zijn Karl en Sandy, een echtpaar bij wie McKenna logeert. Met hen en met hun kinderen voert hij gesprekken over de ultieme waarheid. Oosterse meesters worden hierbij zelden opgevoerd, wel films als The Matrix en een boek als The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. Zoals de titel van het boek verraadt, is McKenna op zoek naar een allesomvattende theorie. Ultieme waarheid laat zich niet in woorden vatten, dus beperkt hij zich tot het ondergraven van onwaarheid. Daarbij richt hij zijn pijlen vooral op wetenschap, religie en filosofie, de disciplines die pretenderen de waarheid in pacht te hebben. Hij bedient zich daarbij van een ijzersterke stelling. Deze drie geloofssystemen zijn verschijnselen in Bewustzijn. Hoe kunnen verschijnselen met autoriteit spreken over het grote onbekende dat hen heeft voortgebracht?
Voordat hij aan dit boek begon, had McKenna het idee dat hij nooit meer een pen op papier zou zetten. Gelukkig besliste Bewustzijn anders.
Frans Hasselaar, Tijdschrift InZicht