Gelukkig is degene die niets is

Brieven aan een jonge vrouw

Blog door Maggy Wishaupt

Nandini Mehta (1917-2002), vrouw en vriendin

“Als je naar Krishnaji of zijn leer komt met een vingerhoedje, dan vertrek je met de inhoud van een vingerhoedje.
Als je met een open hart en geest komt, zijn de mogelijkheden eindeloos.”

Nandini Mehta in een brief aan haar dochter

Achtergrond Gelukkig is degene die niets is: brieven aan een jonge vrouw

De titel van dit boek: Gelukkig is degene die niets is: brieven aan een jonge vrouw luidt in de Engelse versie uit 2020 Happy is the one who is nothing: letters to a young friend. Dit betekent dat Krishnamurti’s brieven zowel aan een man als aan een vrouw gericht konden zijn. In het voorwoord van Pupul Jayakar staat vermeld dat het gaat om iemand die “naar lichaam en geest gewond” was. Lange tijd was niet bekend wie de young friend was, noch wat er met hem of haar aan de hand was geweest.

Toen deze brieven in 1986 voor het eerst werden gepubliceerd, wist men echter wél om wie het ging. Ze zijn opgenomen in een apart hoofdstuk in een biografie over Krishnamurti, geschreven door dezelfde Pupul Jayakar[1], met een bescheiden voetnoot achterin die verwijst naar Nandini Mehta, Bombay. Het betrof Pupuls eigen zus, die ruimschoots in de biografie figureert, ook haar beproevingen. Het was Nandini die Pupul in 1948 in contact had gebracht met Krishnamurti. Beiden zouden veel optrekken met “Krishnaji”: ze werden zijn vertrouwelingen, hielpen hem, maakten samen autotochtjes en wandelingen, namen deel aan gesprekken in kleine kring[2] en gingen op bezoek bij kennissen en vrienden.[3] En ze waren de enigen die Krishamurti bij zich wilde hebben toen hij in 1948 een aantal spirituele openbaringen had die gepaard gingen met enorm veel (lichamelijke) pijn en ongemak. Het zijn belangrijke passages geworden in Pupuls biografie, die ook werden overgenomen door andere biografen.

Voor zover ik kon nagaan is vanaf de eerste zelfstandige uitgave van Happy is the man who is nothing, in 1992 uitgegeven door de Krishnamurti Foundation Trust, de verwijzing naar Nandini Mehta verdwenen. In 2020 is ook de titel aangepast in het neutralere Happy is the one who is nothing.

Vanwaar die onbekendheid met de identiteit van de ontvangster van de brieven? Vermoedelijk wilden Pupul Jayakar, de Krishnamurti Foundation Trust en Nandini[4] de reputatie van Krishnamurti (overleden in 1986) beschermen tegen roddel en achterklap. Daar was hij herhaalde malen het slachtoffer van geworden, ook in verband met Nandini, voor wie hij altijd a very special tenderness[5] heeft gevoeld. Inmiddels is er zoveel tijd verstreken, dat men nu überhaupt niet meer aan weet aan wie de brieven gericht waren.

In 2019 verscheen Walking with Krishnamurti: the life and letters of Nandini Mehta, een biografie, geschreven door haar dochter, Devyani Mangaldas.[6] De schijfster baseerde zich op Nandini’s dagboeken, brieven van Krishnamurti, gesprekken tussen haarzelf en haar moeder, en op de biografie door Pupul Jayakar. Stukjes van de brieven die ze heeft opgenomen komen letterlijk overeen met die in Happy is the man/one who is nothing. Devyani Mangaldas gaat diep in op Nandini’s bewondering voor Krishnamurti, hun wederzijdse vriendschap en de grote betekenis die hij voor haar heeft gehad.

[1] “Happy is the man who is nothing”: letters to a young friend, in Pupul Jayakar, Krishnamurti: a biography, San Francisco, 1986, hoofdstuk 23, p. 251-273.

[2] Deze gesprekken hielpen Krishnamurti om zelf duidelijkheid te krijgen over wat hij ervoer. Pupul Jayakar, p. 160: “Uit deze discussies zou de eerste van een reeks van Krishnaji’s grote Indiase dialogen voortkomen. Aan zijn onderricht werd een nieuwe dimensie toegevoegd, een beweging die uit zou lopen op de bevrijding van de geest van diens ingesleten denkpatronen.”

[3] Waaronder Jawaharlal Nehru, de eerste premier van India, zijn opvolgster Indira Gandhi en haar zoon en opvolger Rajiv. Pupul, die aan de wieg heeft gestaan van zowat alle nationale instanties op het gebied van kunst en cultuur in India, kende hen allen van heel nabij. Nehru was ook een goede bekende van de ouders van Pupul en Nandini.

[4] In de jaren vijftig had Nandini een schooltje voor misdeelde kinderen bij haar in de buurt opgericht, Bal Anand. Dat groeide uit tot een volwaardige school, die na 25 jaar opgenomen werd in de Krishnamurti Foundation, India, waar Nandini toen lid van werd. Pupul Jayakar, p. 182-183.

[5] Aryel Sanat, The inner life of Krishnamurti: private passion and perennial wisdom, s.l., 1999, p. 79.

[6] Devyani Mangaldas, Walking with Krishnamurti: the life and letters of Nandini Mehta, s.l., 2019; voor een gratis versie, zie www.walkingwithkrishnamurti.com.

Nandini Metha

Nandini Mehta werd op 4 juni 1917 geboren in Mirzapur, niet ver van het huidige Varanasi, in een gelukkig en welvarend gezin. Haar vader, Vinayak Mehta, was een geleerde, een groot kenner van het Sanskriet en Perzisch, schrijver en een hoge ambtenaar in Indiase overheidsdienst onder het Britse bewind in Uttar Pradesh. Iravati Mehta, Nandini’s moeder, hield zich behalve met het huishouden bezig met sociaal werk. Beiden stamden uit Brahmaanse families in Gujarat, een deelstaat in het westen van India.

De familie leidde een leven in het spoor van de Britse upper ten, met veel sociale gezelligheid, boeken, picknicks en interesse in kunst en cultuur. In huize Mehta ging het er ongedwongen en liefdevol aan toe. Bovendien koesterde vader Mehta ten opzichte van zijn vier dochters heel vooruitstrevende ideeën. Pupul Jayakar: “In een tijd waarin het gebruikelijk was om meisjes voor te bereiden op het huiselijke leven, fronste Vinayak zijn wenkbrauwen wanneer zijn dochters breiden, naaiden of kookten; hij spoorde hen aan om schrijvers, schilders of musici te worden.”[7]

Zo modern en onconventioneel als Nandini’s ouders waren, toch gingen ze in lijn met de traditie op zoek naar geschikte huwelijkskandidaten voor hun dochters. En zo werd de zeventienjarige Nandini uitgehuwelijkt aan Bhagwan Mehta, zoon van een bekende, steenrijke grootindustrieel in textiel in Bombay, Sir Chunilal V. Mehta. Beide families waren verrukt over de gemaakte keuze, maar Nandini zelf liet de kennismaking en het komende huwelijk nogal gedwee over zich heen komen.

Het stel trouwde in 1939 met veel pracht en praal, waarna Nandini, zoals in India gebruikelijk, haar echtgenoot volgde naar diens huis inclusief familie in Malabar Castle, een kapitale villa in Bombay. Nandini werd er diepongelukkig. Er heerste een intolerante, vrouwonvriendelijke en strikte sfeer. Haar echtgenoot ontpopte zich als een gevoelloze bruut die haar buitengewoon slecht behandelde. Terwijl aan de buitenkant haar jetset-leven een sprookje leek (in 1948 verscheen er zelfs een artikel met foto’s over haar in Vogue) werd ze mishandeld, gekleineerd, vernederd, geterroriseerd en bij haar eigen familie weggehouden. Het ergste en het meest pijnlijke voor Nandini was echter dat haar man haar seksueel misbruikte en dwong tot volledige overgave aan hem en inwilliging van zijn buitensporige verlangens. Na een uiterst gewelddadige uitbarsting van haar echtgenoot was de maat vol. Nandini deelde hem mee dat hij haar nooit meer zou mogen aanraken en dat ze voortaan celibatair zou gaan leven. “Eindelijk had ik een besluit genomen, ook al wist ik heel goed hoe mijn leven zou zijn nadat ik nee tegen hem had gezegd. Ik lag nachten lang wakker, intens gekweld en vol pijn. Ik was ontzettend bang omdat ik de gevolgen van mijn daden voorzag, maar mijn leven was zo’n kwelling geworden dat ik op alles voorbereid was. Ik was voorbereid op het ergste.[8] En dat ergste was dat ze uiteindelijk haar huis zou moeten verlaten en daarmee haar drie kinderen zou verliezen.

Dit alles vond plaats in dezelfde tijd dat Nandini Krishnamurti leerde kennen. Haar schoonvader, Sir Chunilal, was een aanhanger van Krishnamurti, die hij al jaren volgde. In 1948 vroeg hij Nandini om mee te gaan naar een bijeenkomst met zijn idool. Tussen Krishnamurti en Nandini was er meteen een klik. Iets later zouden de bijeenkomsten ook plaatsvinden op het terrein rond Malabar Castle.

Nandini’s uiteindelijke vertrek werd een groot schandaal. Er volgde een rechtszaak waar de media bovenop zaten, en die ze verloor. De vooringenomen Britse rechter oordeelde in 1950 dat Nandini geen poot had om op te staan. De voorbeelden van mishandeling en wreedheid die de aanklaagster had aangedragen werden zelfs niet nagetrokken en simpelweg bij gebrek aan bewijs niet-ontvankelijk verklaard.[9]

De hoofdschuldige aan het drama, zo oordeelde het gerecht, was echter Krishnamurti. Zijn leringen, die tijdens de rechtszaak uitgebreid ter sprake kwamen, zouden Nandini ertoe aangezet hebben om haar ondergeschikte rol als echtgenote en het recht van een man om zijn vrouw te mogen behandelen zoals hem goeddunkt, niet langer te accepteren. Krishnamurti’s omgeving was hier uiteraard erg door geraakt. Krishnamurti zelf haalde over deze aantijgingen zijn schouders op. Dat de elite hem de schuld gaf lag voor de hand: in Bombay, Poona en Madras had hij zich immers regelmatig uitgelaten over de hypocrisie van de Indiase maatschappij, en vooral over de minderwaardige positie van de vrouw: haar onvrijheid en gebondenheid aan haar man en diens familie, iets wat hij zich erg aantrok.[10] Door Pupul en Nandini zelf werd hij op de hoogte gehouden van het drama, maar hij bleef zich afzijdig houden van het hele debat en de rel eromheen, wat hij haar, getuige de brieven in dit boek, ook aanbeval.

Nandini verloor inderdaad het voogdijschap over haar kinderen, die ze voortaan slechts één uur per dag mocht zien, plus een aantal weken tijdens de zomervakantie. Ze trok in bij haar moeder (haar vader was inmiddels overleden) vlakbij Malabar Castle, waar haar kinderen woonden. Dat Nandini deze periode toch goed heeft overleefd was inderdaad voor een heel groot deel te danken aan de aanwezigheid van Krishnamurti in haar leven. Gedurende 38 jaar schreven ze elkaar honderden brieven waarin ze hun levens bespraken en waarin hij haar lessen leerde zoals in Happy is the one. Lessen die ze absorbeerde en gebruikte als leidraad in haar verdere leven.

Hoe keek Nandini zelf terug op de hulp die ze in die hele periode van Krishnamurti kreeg?

“Hoe heeft Krishnaji me geholpen in 1948? Hij hield mijn hand vast in vriendschap. Hij gaf zijn liefde overvloedig, overstelpte me met zorg en aandacht. Hij hield me in de gaten en hielp me te kijken. In zijn brieven heeft hij me nooit gesust of met me meegeleefd of medelijden met me gehad. Hij hielp me over mijn zelfmedelijden heen. Zijn brieven waren nooit persoonlijk, het waren brieven geschreven door iemand die keek, luisterde en om me gaf. Ze waren vol mededogen.”[11]

Voor sommigen zal de identiteit van de geadresseerde en wat er met haar aan de hand was, verschil uitmaken. Immers: door de achtergrond te kennen van Nandini Mehta en haar relatie met Krishnamurti verliezen de brieven aan de young friend hun geheimzinnigheid en zijn daardoor een stuk begrijpelijker en menselijker geworden. Voor anderen zal het niet uitmaken wie de geadresseerde was: Krisnamurti’s brieven aan Nandini zijn immers gepubliceerd en daardoor bestemd voor iedereen die ze leest. Wat hij steeds weer wilde zeggen is dat diepgaande genezing alleen kan plaatsvinden door naar de verwekker van alle problemen te gaan, namelijk de eigen geest. Nandini Mehta is daar een perfect voorbeeld van.

[7] Radhika Herzberger (dochter van Pupul), The other side of Pupul Jayakar, https://www.india-seminar.com/2021/746.htm (niet gepagineerd).

[8] Walking with Krishnamurti, p. 57.

[9]  Walking with Krishnamurti, p. 65.

[10] Over het lot van de vrouwen: Pupul Jayakar: “Krishnaji had been passionate, earnest, deeply concerned”, in Krishnamurti: a biography, p. 156.

[11] Walking with Krishnamurti, p. 66.

Het boek

Een boek van een van de grootste leraren aller tijden

‘Wees soepel van geest. Ware kracht ligt niet in stoer en sterk zijn, maar in buigzaamheid. Een boom die buigzaam is, blijft ook in een storm overeind. Zorg dat je je kracht haalt uit een alerte geest.’

Jiddu Krishnamurti was een wereldfiguur die zich het lot van de hele wereld aantrok. Tussen 1948 en begin jaren zestig was Krishnamurti makkelijk toegankelijk, en veel mensen gingen in die tijd naar hem toe. Tijdens wandelingen, in persoonlijke ontmoetingen en via brieven bloeiden relaties op.

Krishnamurti schreef de brieven in Gelukkig is degene die niets is aan een jonge vriendin die, er zowel geestelijk als lichamelijk slecht aan toe, hem af en toe bezocht. Ze zijn geschreven tussen juni 1948 en maart 1960 en getuigen van een zeldzaam mededogen en grote helderheid. De leer en het geneesproces ontvouwen zich, scheiding en afstand vallen weg; de woorden stromen als vanzelf op papier, geen enkel ervan is te veel. Genezing en onderricht vinden tegelijker­ tijd plaats.

‘Het leven speelt zich af op de rand van de snede, het is een pad dat we met grote zorgvuldigheid, wijs en tegelijkertijd plooibaar, moe­ten bewandelen.’

Geïnteresseerd?

Bekijk ook deze boeken