…Ik heb altijd het gevoel gehad dat er slechts een dunne lijn ligt tussen wat is en wat niet is.

COLUMN

Unmani

De ultieme verdwijning

Ik heb altijd het gevoel gehad dat er slechts een dunne lijn ligt tussen wat is en wat niet is. Alle ‘dingen’ doen alleen maar alsof ze echt zijn en uit materie bestaan. In feite hebben ze geen van alle enige werkelijke substantie. Als ik naar mezelf op zoek ga, kan ik zelfs de persoon die ik voor de buitenwereld lijk te zijn nergens vinden.

Het is allemaal heel onwerkelijk. Ik ben er, en toch ben ik er niet. Ik voel, zie, hoor, ervaar en lijk als persoon volledig aan dit leven deel te nemen, en toch gebeurt er helemaal niets. De tijd lijkt voort te schrijden, en ik lijk ouder te worden en steeds dichter bij de ultieme verdwijning te komen die de dood is, en toch is de dood altijd aanwezig – los van het verstrijken van de tijd. Het denken is bezig met tijd en ruimte en manoeuvreert tussen mij en de rest van de wereld. Maar daarbuiten hoeft er niet gemanoeuvreerd te worden omdat daar geen ruimte en tijd bestaan. Ik ga er graag vanuit dat de Dood alleen maar doet alsof hij leeft. Dat niets alleen maar speelt dat het iets is.

En in dat spelen dat het iets of iemand is, is er altijd de verleiding om in het niets te verdwijnen. De afwezigheid roept vanachter alle ‘dingen’ en laat onophoudelijk weten wat de enige ware werkelijkheid is. Het is het mysterie van het leven, en we verlangen ernaar in dat mysterie te vallen en te verdwijnen. Maar tegelijkertijd is alles wat er lijkt te zijn het spel van dit en dat, jij en ik. We hebben allemaal in zeker mate weet van die nietsheid. Hij ligt onder alles wat we doen en voelen. De meeste tijd vechten we om niet door de leegte opgeslokt te worden. Zonder al die inspanning om onze importantie en waarde als persoon te bewijzen, zijn we doodsbang om in die leegte te vallen. We verlangen ernaar, en tegelijkertijd lopen we er voor weg. Het trekken en duwen van leven en dood is de grote paradox van de werkelijkheid.

In de wereld leven als iemand heeft soms als een zware last gevoeld. Het niets zijn dat ik ben vereist geen enkele inspanning. Er is geen probleem, geen ongemak, geen dingen waar ik over val, geen drama. Maar iemand zijn kan voor mij voelen alsof ik de hele wereld op mijn schouders moet dragen. Ik hoor de regels van deze samenleving te kennen. Ik hoor voornemens en een doel te hebben. Ik hoor te weten hoe ik moet leven, en zelfs hoe ik moet sterven. Ik heb me altijd aangetrokken en afgestoten gevoeld door het verlangen naar volledig controleverlies en absolute overgave en de vrede van de dood, maar ook naar de alledaagse werkelijkheid van leven als deze persoon. Soms verlangde ik ernaar om mezelf totaal te verliezen en niet het leven te hoeven leven van iemand zijn. Het leek me zo’n zware last om te dragen. Ik verlangde ernaar dat het allemaal gewoon ophield. Ik kon het niet aan. Ik kon er niet mee omgaan. Ik werd heel depressief en zelfs suïcidaal, want ik had het gevoel dat ik het allemaal niet aankon. Ik deed zo mijn best om het wel te kunnen. Om iemand te zijn, vocht ik wanhopig tegen de nietsheid. Probeerde ik mezelf de wereld in te duwen. Probeerde ik het allemaal bij elkaar te houden.

Na een tijdje kwam ik tot de ontdekking dat ik die strijd niet kon winnen. Ik moest loslaten en verdrinken. Als ik de controle loslaat en de leegte in val die altijd precies hier en nu is, gaat alles zoveel gemakkelijker. Er is geen conflict meer tussen wat wel en niet is. Alleen het denken wil aan de ene of de andere kant belanden. In feite is het een paradox van beide. Ik hoef het niet eens te begrijpen. Alles wat er gebeurt, gebeurt tegelijkertijd ook niet. Dat bewust onder ogen zien brengt vrede. De dood is al aanwezig. De afwezigheid waar ik naar verlang is er al, en tegelijkertijd lijkt het leven verder geleefd te worden. Ik heb er geen enkele controle over. Ik hoef niets te doen. In feite doet het mij.

Samsara is onderdeel van de Ambassade Groep